Voorschriften voor uiterlijk op het werk: wat mag wel en wat mag niet?

Een medewerker verschijnt op het werk met een nieuwe piercing in haar gezicht. In uw huishoudelijk reglement staat duidelijk dat dit niet is toegestaan. U heeft dit in uw reglement opgenomen omdat u van mening bent dat zichtbare piercings en tatoeages de representativiteit van uw bedrijf niet ten goede komen. Het verse broodje smaakt immers een stuk lekkerder als dat door een nette en representatieve medewerker wordt klaargemaakt. Maar denken uw klanten daar ook zo over? Piercings en tatoeages zijn toch geheel van deze moderne tijd? Mag u in uw huishoudelijk reglement voorschriften over het uiterlijk opnemen of mogen werknemers zelf  bepalen hoe zij zich presenteren op het werk? En mag u een sollicitant met veel zichtbare tatoeages zomaar weigeren aan te nemen?

De wet geeft geen duidelijk antwoord op deze vragen. Er zijn heel wat uitspraken geweest van rechters die gezamenlijk de grens vormen over wat wel en wat niet mag. Dit kan per geval heel erg verschillen. Een hoofdregel is dan ook niet te geven. Met de tijd verandert steeds “wat wel en wat niet” in het algemeen wordt geaccepteerd. Daarnaast is elk geval anders en moet steeds worden gekeken wie het meest in haar belangen wordt geschaad.

Er moet dus altijd een afweging worden gemaakt tussen het belang van de werkgever en het belang van de werknemer. Waar tatoeages en piercings in het ene geval wél zijn toegestaan, kan dat in een ander geval niet zijn toegestaan.

Over het algemeen geldt dat personen die representatief en professioneel naar klanten moeten overkomen, minder mogen, dan medewerkers die niet met klanten in aanraking komen of geen representatieve functie hebben. Callcentermedewerkers zullen doorgaans minder beperkt mogen worden in uiterlijke voorschriften dan iemand die werkzaam is bij de bank.

Uw medewerkers vervullen een representatieve functie omdat zij veel direct klantcontact hebt. Daarom mag u als werkgever regels in het huishoudelijk reglement stellen over het uiterlijk van uw medewerkers. Het verschilt echter per geval in hoeverre u de werknemer hierin kunt beperken. U maakt namelijk een inbreuk op iemand zijn grondrechten door regels te stellen over het uiterlijk. Uit de rechtspraak blijkt dat inbreuken op grondrechten erg serieus worden genomen. Is er een inbreuk, dan perkt dat de bevoegdheid van de werkgever om uiterlijke voorschriften te stellen flink in.

Om te bepalen wat in een bepaald geval wel of niet mag is daarom lastig in te schatten. Kom je er niet uit, neem dan contact op met de juristen van het BETA-secretariaat om zo aan de hand van de laatste en meest relevante wetgeving, te bekijken wat de mogelijkheden zijn. U moet zich realiseren dat op deze vragen nooit een duidelijke ja of nee te antwoorden is. Het antwoord zal veelal als volgt luiden: ‘waarschijnlijk mag het wel’ of  ‘waarschijnlijk mag het niet’. Het recht is immers niet zwart-wit, zeker niet in dit geval.

Daarom bent u BETA-lid

  • Direct en praktisch advies door uw eigen tankstationspecialisten
  • Regionale en informele bijeenkomsten met collega’s
  • Cao maatwerk; een betaalbare branche cao
  • Altijd als eerste op de hoogte van actuele branchezaken